3 tikkers met bal
Drie tikkers moeten de andere spelers aftikken met bal. Tikkers mogen niet lopen met bal en tijdens tikken bal vasthouden. Tikkers mogen wel overgooien. Af = aan de kant.
Variant 1: Getikte wisselt met tikker.
Variant 2: Getikte helpt mee met tikken.
10-bal
Verdeel de leden in 2 ploegen. 1 Van de ploegen heeft de bal. Als zij er in slaagt om de bal 10 keer onder elkaar door te gooien zonder dat die de grond raakt, hebben zij een punt. De andere ploeg probeert dit te voorkomen (door de bal te onderscheppen) en zij proberen de bal zelf onder elkaar 10 keer door te gooien.
Bal in de ploeg
Twee ploegen. 5x binnen ploeg overspelen geeft een punt. Andere ploeg probeert af te vangen, en mag dan proberen 5x over te spelen.
Ballenjongen
De spelers staan in een kring rond een speler. Een bal wordt over en weer geworpen. Kan de bal door de speler in het midden onderschept worden, dan mag hij in de kring komen staan en de speler die de bal wierp moet dan in het midden komen staan.
(Met dank aan Geert Geentjes die me dit spel toestuurde)
Bankkorfbal
Korfbal, 2 partijen. Doelen zijn spelers die op een bank met emmertje staan. Speler met bal mag niet lopen.
Bom doorgeven
Bom (bal) doorgeven, als fluit gaat is degene die de bal heeft dood. Die mag dan de fluit ongezien bedienen. Wie blijft over? Variant: Spelers in 4 vakken verdeeld. Bom doorgeven (-gooien) naar ander vak (na binnen eigen vak 1x overspelen). Als fluit gaat krijgt vak waar de bal dan is een punt minder.
Bomenvoetbal
Ieder heeft een boom. Als deze met voetballen geraakt wordt, punt aftrekken. Variant: Ieder moet eigen stok ingraven die dan met de bal omgetrapt moeten worden.
Canadees trefbal
Trefbal waarbij 3 paaltjes verdedigd moeten worden. Met afweer. Gewonnen als alle paaltjes van de tegenpartij omgegooid. Variant: Als paaltje tegenpartij omgegooid, dan eigen spelers weer in spel. Variant 2: Bij vangbal mag eigen paatje weer op.
Chinese voetbal
De leden staan in een kring, gezicht naar binnen, benen gespreid, zodat je de voeten van de personen naast je raakt. Met je vuisten klop je de bal verder, binnen de kring. Als de bal door iemands benen gaat, niet door toedoen van een buur, dan mag die maar met 1 hand verder spelen. De volgende keer dat de bal tussen z'n benen doorgaat moet hij zich omkeren en mag hij weer met 2 handen spelen. De keer daarop speelt hij omgedraaid met 1 hand en de 4de keer vliegt hij uit de kring.
Cricket
Trefbalvariant waarbij een wicket omgegooid moet worden als de slagspeler slaat of rent. 2 honken, aan de een staat de werper, aan de ander staat de slagspeler. Punt voor iedere keer heen en weer tussen wickets.
Dolle stier
1 lid staat in het midden, de rest staat op de rand van de cirkel. Het lid in het midden is de dolle stier. Hij moet achter de bal aanrennen tot hij hem kan pakken. Intussen spelen de andere leden de bal steeds door aan elkaar. Als de stier de bal kan pakken, wordt degene die hem laatst aanraakte de stier en de stier mag diens plek innemen.
Doorgeefslagbal
Slagbal waarbij de bal na het inwerpen eerst door alle veldspelers moet worden doorgegeven, voordat het afgebrand mag worden. Ondertussen rent de slagspeler tussen 2 posten. Ieder rondje geeft een punt. Zie ook Slagbal.
Doorsteekvoetbal
Men gebruikt 2 of 4 doelen. 2 ploegen spelen tegen elkaar. Het terrein loopt tot 5 m achter de normale lijnen. Om een geldig doelpunt te maken, moet de bal niet enkel tussen de palen gaan, doch moet hij bovendien door een medespeler terug opgevangen worden (= een pas geven)
Drie appels
1 speler tegen 1 speler aan weerszijden. Drie ballen op middellijn. Spelers pakken eerst een bal en leggen die terug. Wie de laatste bal pakt heeft gewonnen.
Drijfbal
Twee ploegen tegenover elkaar. Met vele tennisballen te gooien een grote bal vanuit het midden naar de overkant drijven. Als die de andere kant haalt, is dat een punt. Als een speler de grote bal aanraakt, punt tegenpartij. Variëren met wel of niet van achter de achterlijn gooien.
Variant: Op willekeurig moment met fluit spel stilzetten. Dan tellen hoeveel tennisballen op iedere helft liggen. Winnaar is die met de minste ballen.
Dweilvoetbal
Er worden doelen en ploegen gemaakt zoals gewoon voetbal. In het midden ligt een dweil en elke speler krijgt een borstel. Het is de bedoeling de dweil in het doel van de tegenstander te krijgen en daarbij enkel de borstel te gebruiken (dus geen handen of voeten). Leg het spel stil wanneer de dweil te droog is geworden. maak hem terug nat en start opnieuw.
Flipperspel
Spelers in kring, rug naar midden. 1 speler in kring moet bal proberen te ontwijken. Kringspelers 'flipperen' bal voorover buigend tussen de benen door. Bij iedere raker middenspeler een punt, als bal buiten de kring, punt eraf. Wie haalt in vaste tijd de minste punten?
Fopbal
Spelers in kring, handen op rug. Speler in midden gooit bal wel of maakt alleen schijnbeweging. Speler tegenover mag alleen handen naar voren als de bal gegooid wordt.
Gloeiende ballen
Verdeel het lokaal in 2 en gooi aan iedere kant evenveel ballen. Op een teken van de leiding beginnen de leden de ballen naar de andere kant te gooien (alweer: een per een). Wie heeft na verloop van tijd het minste ballen? Variante: het wordt pas echt leuk als er een moedige leider in het midden blijft staan.
Hinderbal
In een kring staan toestellen opgesteld. Op de toestellen zitten de spelers. De hinderman staat in het midden van de kring.
Vanaf de toestellen werpen de spelers elkaar de bal toe. De hinderman probeert de bal te onderscheppen (vangen of aanraken).
Lukt dit deze middenspeler, dan wordt er gewisseld en wel van hinderman als ook van plaats in de kring (alle spelers schuiven een plaats op). Een vereenvoudiging van dit spel is het bekende "lummelen, waarbij de spelers in plaats van op toestellen gewoon in een kring staan opgesteld. Door te bepalen dat de bal niet langer dan drie seconden mag worden vastgehouden, komt er vaart in het spel.
Door een tweede speler in de kring te plaatsen wordt het spel moeilijker.
(Met dank aan Inge Lindemann)
Iemand, niemand
Soort trefbal met 1 speelveld. Ieder die de bal heeft mag een ander afgooien. Af = aan de kant. Varianten: Met of zonder afweer, bij vangbal is werper af.
Variant 1: Speler die af is mag er pas weer in als zijn afgooier ook af gaat.
Variant 2: Maximum aantal spelers mag af zijn. Als dat wordt overschreden, mag de eerste weer spelen.
Variant 3: Speler die af is mag weer spelen als degeen die hem afgegooid heeft af is.
Variant 4: Met 2 handen gooien.
Variant 5: Met voet de bal schieten.
Variant 6: Als af ter plekke zitten, mag weer verder spelen als deze de bal aanraakt.
Ik verklaar de oorlog aan
Iemand gooit de bal omhoog met de woorden: "Ik verklaar de oorlog aan Dirk". Dirk moet dan zo snel mogelijk de bal pakken. De anderen rennen weg. Zodra Dirk de bal heeft, roept hij "Stop!" en blijft iedereen stilstaan. Dirk mag dan 3 passen doen en dan proberen iemand aan te smijten. Lukt hem dit, dan moet die persoon de oorlog verklaren aan iemand, ander moet hij zelf dat doen.
Inhaalbal
Alle spelers staan in een kring. De kring is echter in twee ploegen verdeeld. Naast een speler van ploeg 1 staan een speler van ploeg 2. Nu worden er twee ballen in het spel gebracht. Zij worden tegenover elkaar in het spel gebracht. Eén bal per ploeg. Op het startsignaal worden de ballen per ploeg doorgeworpen, persoon per persoon. Als nu de ene bal de andere heeft ingehaald krijgt de ploeg van wie de bal is, één punt. Let op: Men mag de bal van de tegenpartij niet aanraken!
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde)
Jagerbal
Verdeel de spelers in 2 ploegen en duidt per ploeg een kapitein aan. De ploegen nemen plaats in velden A en B, de kapiteins in A' en B': 1 van beide ploegen heeft de bal. Zij proberen de personen van de andere ploeg aan te gooien. De andere ploeg mag de bal afweren met de vuisten. Wie aangegooid is moet bij zijn kapitein gaan staan. Als je de bal kan pakken, is hij voor jouw team. De kapiteins (en de aangegooide spelers) mogen van de andere kant hun team helpen als de bal in hun gebied terechtkomt. Als een ploeg bijna volledig bij zijn kapitein staat en nog slechts uit 1 speler in het veld bestaat, dan komt de kapitein helpen. Hij heeft echter 3 levens. Het spel eindigt als een ploeg volledig is uitgeroeid, kapitein inbegrepen.
Knieënvoetbal
Je verdeelt de groep in 2 ploegen, iedereen neemt een stoel en zet zich in 2 rijen met de gezichten naar elkaar. Men schuift dichter naar elkaar toe totdat de knieën geschrankt staan. Men laat in het midden van de rijen een bal vallen, de bedoeling is nu om per ploeg de bal zo snel mogelijk in het doel van de tegenstander te krijgen. Het doel is het uiteinde van de rij. Dit kan een erg pijnlijk spelletje zijn dus speel het niet met TE jonge kinderen, aantal spelers is min 10 anders is er niet veel aan.
(Met dank aan Tine Verhaevre die me dit spel toestuurde)
Koningtrefbal
Trefbal. Meestal zonder afweer. 1 of meerdere paaltjes in ieder veld. Als een speler een paal raakt, is hij af. Variant 1: Als paal in ander veld geraakt dan alle spelers van partij van werper die af waren, weer vrij. Variant 2: Met (tennis-)bal op piloon. Als bal van piloon af, dan spelers andere ploeg weer vrij. Als ook piloon om dan werper af. Zie ook Trefbal bal op pion.
Koppelvoetbal
Bind de spelers per 2 met de voeten aan elkaar. Speel gewoon voetbal. Variante: je kan, in plaats van 2 spelers van team A aan elkaar te binden de koppels verdelen: bind een speler van team A aan een speler van team B.
Koushockey
Verdeel de groep in twee ploegen. Stop nylonkousen vol met krantenpapier. Twee doelen aan weerszijden van het lokaal. De ploegen moeten proberen een ballon of een lichte bal in het doel te krijgen. De bal mag enkel met de koussticks aangeraakt worden.
Krachtbal
Verdeel de spelers in 2 ploegen en stel hen op tegenover elkaar, ongeveer in het midden van het grasveld. De bedoeling van het spel is te proberen de bal over de lijn tegenover je te krijgen. Elk van de ploegen wil dus vooruit met de bal. Een van beide ploegen begint en een van de spelers smijt de bal zo ver hij kan. Daar waar hij valt, mag een speler van de tegenpartij beginnen. Deze gooit op zijn beurt de bal zo ver hij kan, maar dan in de tegenovergestelde richting uiteraard. Zo komen een voor een de spelers aan de beurt. Het team dat het verst kan gooien zal het eerst zijn lijn bereiken en winnen.
Kringbal
De spelers staan in een kring op 2 meter van elkaar. In het midden staat een speler met een bal, hij werpt deze op een speler uit de kring en loopt weg. De getroffen speler legt de bal in het midden van de kring en probeert de weggelopen speler te tikken voor deze de bal uit de kring schopt.
Kringtrefbal
Grote cirkel. 1 speler buiten gooit spelers in cirkel af. Als af, dan buiten cirkel mee afgooien. Tot iedereen af. Variant: Spel afgelopen als 1 bepaalde speler afgegooid is. Anderen verdedigen en kunnen (niet) zelf afgegooid worden.
Krokodillenbal
Spelers staan in kring. De krokodil is een rij spelers die in de kring beweegt, handen op schouders. Als de achterste speler van krokodil vanuit de kring met bal geraakt, dan ploegen wisselen. Lijkt op tik de slang.
Kwalleballen
In het midden van het terrein ligt de kwal, een jutezak die gevuld is met zand en ongeveer twee kilo weegt. Het is de bedoeling om die zak onder te dompelen (gooien, leggen, droppen,...) in de met water gevulde kuip van de tegenpartij. Lukt dat regelmatig dan kan het gewicht van de kwal oplopen tot zes kilo doordat de zak water opneemt. De spelregels zijn dezelfde als bij rugby.
Latvoetbal
Voetbal met tennisbal en lat (ca 5x30 cm, 25 cm van muur af) als doel. 2 spelers. Als lat omvalt, wordt verliezende speler vervangen.
Variant 1: Met 2 ploegen van max 3 spelers.
Variant 2: Met 4 latten in hoeken en 4 spelers.
Variant 3: Met koningslat in midden van speelveld.
Leven en dood
Het terrein is in 2 vakken verdeeld. In elk vak staat een ploeg. Een van de ploegjes begint en gooit de bal omhoog, in het vak van de andere ploeg, met de woorden: "Dood aan ...". Als de andere ploeg de bal kan vangen, zonder dat hij de grond raakt, gebeurt er niets, anders moet ... opzij gaan staan, want ze is nu dood. De andere ploeg kan Kelly dan terug levend maken door de bal te werpen en te zeggen: "Levend ...". Je kan op die manier personen van de andere ploeg werven voor jouw ploeg. Het spel is ten einde als er een ploeg "uitgestorven" is.
Variante: Laat de roep: "De pot voor ons" toe, waarmee je alle doden tot leven kan wekken, en niet slechts een.
Levende voetbal
Elk ploegje heeft aan zijn kant een lijn. Eén van de ploegjes heeft de hoed (of muts) en iemand zet deze op. Hij is de voetbal, en kan een doelpunt maken door over de lijn van de tegenstander te lopen. Hij mag de hoed niet vasthouden. De andere ploeg kan in balbezit komen door de hoed van het hoofd van de "bal" te nemen en zelf op te zetten.
Lummelen
Groep speelt bal naar elkaar over. 1 speler probeert de bal te onderscheppen.
Variant: zittend.
Matbal
Trefbal. Afgooien mag de speler die op de mat staat in het veld van de tegenpartij.
Variant: Degene die af is wordt matspeler. (En gaat daarna uit het spel).
Middendoelvoetbal
Voetbal met 1 doel in midden. Ene kant is doel van ene partij, andere kant van de andere partij.
Variant: Met 3 ploegen, 2 ploegen spelen, als bal over de bank gaat, dan wisselen de ploegen.
Muur jagerbal
Soort Jagerbal. Met bal via de muur iemand afgooien.
Muur pion werpen
Twee ploegen. Een kant muur (boom) andere kant pion. 1 partij moet vanaf muur door middel van overgooien (niet lopen) naar pion gebracht worden en dan omgegooid. Als onderweg door andere partij afgevangen, dan eerst bal naar muur spelen, en dan weer verder.
Variant: Met 2 pionnen, ieder bij eigen muur. Als bal afgevangen door andere partij, eerst naar eigen muur (boom) spelen voordat pion aangevallen mag worden.
Paaltjespakbal
Paaltjesvoetbalvariant: Iedere speler heeft een paal te verdedigen. Een speler pakt de paal die hij omtrapt en zet het naast zijn eigen paaltje. Ondertussen moeten de andere spelers heen en weer door zaal rennen, dan gaat het spel verder. Spelers zonder paal spelen door om een andere paal te veroveren.
Paaltjesvoetbal
Iedereen krijgt een plastic bekertje of een bierflesje. Deze moeten ze beschermen. Het is de bedoeling om met de bal een "paaltje" van een ander om te schopen. Het omschoppen mag alleen met de bal gebeuren en het "paaltje" mag niet vastgezet worden door het bijvoorbeeld in een kuil te plaatsen. Is je paaltje omgevallen dan heb je een strafpunt (of wordt voor een paar minuten het veld uitgestuurd). Je mag ook niet langer dan een halve minuut bij je paaltje blijven, tenzij je wordt aangevallen natuurlijk.
Potje schup
Er zijn 2 tikkers, die iedereen komen zoeken. Als je getikt bent, moet je op een centrale plaats komen staan. Iedereen die daar staat is bevrijd als iemand de bal (die daar ook ergens ligt) wordt weggeschopt. De tikkers moeten 3 meter van de bal blijven.
Schildbal
1 Speler heeft het schild. De ander proberen hem aan te gooien met de bal. De spelers mogen niet lopen met de bal. De speler met het schild, mag natuurlijk wel lopen, en mag afweren met het schild.
Siamees voetbal
Voetbal, spelers in paren met 1 voet aan elkaar gebonden.
Variant: met middenbeen schieten.
Slagbal
Slagbal. 2 groepen. Veldgroep en slaggroep. Een speler van de slaggroep slaat de bal in het veld. De veldploeg gooit de bal zo snel mogelijk terug naar slagplaats: ondertussen loopt slagspeler zoveel mogelijk honken af.
Variant 1: (Beginners) Met 1 honk, mag vaker op en neer.
Variant 2: Spelers kunnen afgebrand, maar ook onderweg met bal afgetikt worden.
Variant 3: Speler moet homerun maken. Ondertussen bal resp. langs alle honken overgooien. Als speler eerder aankomt dan een punt.
Varianten: zie Doorgeefslagbal en Cricket.
Spiegelbeeld
Middellijn en 2 achterlijnen. Bal in midden. 2 spelers tegen elkaar. De een moet bal pakken en ongetikt achter zijn lijn komen. Ander moet als spiegelbeeld de een nadoen. Lijkt op Hond en Been.
Stoelvoetbal
Test de creativiteit van je leden: geef ze een stoel en zeg dat we voetbal gaan spelen. Ze mogen de bal enkel voortbewegen met de stoel. Opmerking: de handigste kant is de leuning !!!
Stoepen
Twee spelers aan elke kant van de straat. De een gooit bal naar stoeprand overkant, raak is punt, mis is ander.
Stokbal
Speel gewoon voetbal, maar je mag de bal enkel voortbewegen met de stok. Als de bal in de lucht is (= boven de gordel) moet je de stok met beide handen, aan beide uiteinden, vasthouden, om verwondingen van medespelers te vermijden.
Tienen
Meerdere spelers, 1 doel. Bij ieder doelpunt doelman 1 punt minder van de 10. Bal mag ingeschopt als overgespeeld zonder te stuiteren. Bij mis schieten of vangbal door doelman, moet die speler op doel.
Toren met 2 cirkels
Twee concentrische cirkels, Twee partijen. Paal in midden. Buitenpartij probeert met bal paal om te gooien. Binnenpartij (tussen de 2 cirkels) verdedigt. Lijkt op Toren Omgooien.
Trefbal
Speelveld met 2 vakken. In ieder vak een ploeg. Gooi met bal iemand van de andere ploeg af. Met of zonder afweer.
Variant 1: Als af, achter het andere veld spelen. Als dan iemand afgegooid, weer terug. Begin met schijndode achter.
Variant 2: zie Iemand niemand.
Trefbal op pion
Trefbal, met bal op pion achter in speelveld. Als de pion omgegooid wordt is de werper af, als alleen de bal van pion, zijn alle spelers van de partij van de werper vrij. Zie ook Koningtrefbal.
Verover de achtergrens
Verdeel de spelers in twee partijen. Verdeel ook de tennisballen in 2 gelijke hoeveelheden. Deze leggen de spelers in een kraal voorbij de achterlijn (een bospad b.v.) De spelers van beide partijen moeten zonder getikt te worden de achterlijn van de andere partij te passeren. Lukt dit dan mag de speler 1 tennisbal meenemen en "buitenom" terug lopen naar zijn eigen helft en vervolgens in de eigen kraal leggen. Iedere partij mag alleen in het eigen vak tikken. Wordt iemand getikt, dan gaat deze speler terug naar het eigen vak en neemt daarna weer deel aan het spel. Welke partij heeft op het einde de meeste ballen verzameld?
Vier doelen handbal
Vier lage doelen in vierkant, Daartussen niet al te groot speelveld. 4 spelers ieder voor 1 doel. Bal met hand rollen naar een ander doel. Bij doelpunt doelverdediger wisselen.
Viervakkenspel
Levend tafeltennis. Speelveld 4 kwadranten. 1 speler in ieder vak. Lichte bal overspelen met de hand met tafeltennisregels. Speler begint in vak 1, en draait door -als hij niet uit is- tot vak 4 en mag dan serveren. Als bal in zijn vak op de grond komt, mag hij hem met een tik met de hand doorspelen naar een ander vak. Daar moet de bal op de grond komen voordat een andere speler hem verder speelt.
Viervoetbal
In plaats van 2 speelt men hier met 4 ploegen en vier doelen. Langs elke zijde van het terrein staat een doel. Men kan ook met meerdere ballen spelen.
Vliegen vangen
Zet de leden in een (halve) cirkel rond je. Jij hebt de bal. Iedereen houdt de handen samen. Gooi de bal naar iemand. Deze mag even zijn handen van elkaar doen om de bal te vangen. Als je een schijnmanoeuvre doet, mag niemand zijn handen uit elkaar doen, of hij is al zijn vliegen kwijt. Als je de bal vangt heb je dus een vlieg meer. Doe je je handen uit elkaar, zonder de bal te vangen (of hij valt) ben je al je vliegen kwijt. Wie vangt de meeste vliegen?
Voetvolley
Zelfde systeem als volleybal, maar je mag de bal enkel met de voeten of de kop aanraken en hij mag één keer botsen. De opslag is een uittrap. Het net moet maar een halve meter boven de grond komen.
Vos en eend
De spelers zitten in een kring op de grond. De 2 grote ballen worden in een bepaalde richting doorgegeven. Dit zijn de vossen. De 3e, kleinere bal, is de eend. Aangezien eenden kunnen vliegen, mag de kleinere bal naar eender welke speler doorgegooid worden. De vossen moeten proberen de eend te pakken te krijgen, door bij de speler te geraken die de bal heeft.
Zitvoetbal
Voetbal, zittend. Goed afspreken wat 'zitten' is. Ook gebied rond doelen aangeven waar niemand mag komen.
Zitvolleybal
Als volleybal, zittend. Bal mag gevangen. Middenzeil verhindert zicht op ander speelveld.