Doorgeefestafette
Estafette waarbij een bal langs een rij spelers verplaatst wordt. Als bal achter gekomen is, rent deze speler naar voren in de rij. Kan met diverse handicaps.
Variant 1: Spelers in cirkel, en geven 2 (of meer) ballen door.
Variant 2: Idem in tegengestelde richting.
Variant 3: Idem, steeds 1 overslaan.
Variant 4: Idem, meerdere partijen tegen elkaar.
Dozenestafette
Deel de ploeg in twee. Elk team kruipt in een grote kartonnen doos, zodat ze zich zo comfortabel mogelijk kunnen bewegen. Nu wordt er in estafette zo snel mogelijk een afstand afgelegd. Sneuvelt de doos, dan vliegt de ploeg terug en moeten de doosvaarders in een nieuwe doos herbeginnen.
Dronkemansestafette
Estafette waar op het eindpunt snel een aantal keren gedraaid moet worden om een voorwerp.
Haakjeskoers
2 Spelers staan naast mekaar, nemen elkaar vast om het middel en haken de naast elkaar staande benen in elkaar. Slechts de 2 buitenste benen mogen de grond raken. Zo moeten zij voortbewegen. Let wel: je mag niet tegelijkertijd met de 2 voeten springen.
Hoepelestafette
Je maakt 2 lange rijen van hoepels, de eerste hoepel van elke rij ligt op zo'n 7m van een muur. Achteraan elke hoepelrij staat er een kegel.
De kinderen verdelen zich over de 2 hoepelrijen, in elke hoepel moet iemand staan. Op signaal van de monitor vertrekken de 2 kindjes in de eerst hoepel richting muur, ze tikken deze en lopen dan zo snel mogelijk naar de kegel die achteraan hun rij staat en roepen daarin zo luid mogelijk de naam van de persoon die na hun in de rij staat(dus de naam van de persoon in de 2e hoepel).
Vanaf dat deze speler zijn naam hoort mag deze vertrekken naar de muur en dezelfde opdracht uitvoeren als zijn voorganger. Nadat je geroepen hebt in de kegel ga je terug naar je hoepel en je zet je neer.
De ploeg die als eerst volledig zit is gewonnen. Daarna schuift de eerst naar de laatste hoepel en iedereen gaat 1 hoepel naar voor en je bent weer vertrokken!!
(Met dank aan Ann Vanmarcke)
Kaartgooi-estafette
Race. Zover een speelkaart gegooid wordt, mag men verder gaan.
Klerenlijn
De kinderen worden in twee groepen verdeeld. Iedere groep probeert een zo lang mogelijk lijn te maken met hun kleren. Ook schoenveters, sokken enz. mogen worden gebruikt. De kinderen houden natuurlijk wel hun ondergoed aan. De groep met de langste klerenlijn wint.
(Met dank aan Rudolf Jurgens)
Kosterestafette
Estafette waarbij een brandende kaars overgebracht moet worden. Een speler mag de kaars uitblazen. Dan opnieuw. Variant: In bos, waxinelichtje in potje. 2 posten, halverwege staan de uitblazers.
Krukestafette
Estafette met bal op een krukje, bal niet aanraken.
Locomotief
Deel je groep op in twee ploegen. Beiden krijgen een parcours of eindpunt aangewezen dat even ver van de startplaats gelegen is. De twee ploegen stellen zich op: alle spelers achter elkaar (als een locomotief). Ze mogen enkel voortbewegen als de voorste speler een brandende lucifer vasthoudt. Als de lucifer uitgaat, moet de eerste speler naar achter en kan de tweede speler (die ondertussen de voorste geworden is) een nieuwe lucifer aansteken. De ploeg die als eerste bij het eindpunt aankomt, is gewonnen.
Olifantenestafette
Estafette: iedere speler 1 touwtje. 1e rent naar stoel, bindt daar touwtje aan vast. Volgenden verlengen touw met hun touwtje. Laatste trekt stoel naar overkant lokaal.
Paardenestafette
Een (groep) speler draagt een ander over het parcours.
Raadje plaatje estafette
Groepjes rond de 4 man. Ieder groepje heeft tafel, papier en potlood. Leider geeft 1 uit iedere groep eenzelfde woord. Die moeten in hun groep het woord uitbeelden door tekenen. Als geraden mag deze het volgende woord halen. Wie is het eerst door alle woorden heen?
Team Mol
Een boomstam ligt op een zandvlakte (of in ieder geval een grondsoort waarin je kunt graven). Twee teams staan klaar. Het team dat als eerste een kuil heeft gegraven waar alle teamleden onderdoor kunnen heeft gewonnen !
(Met dank aan Dorien Both)
Torenestafette
Estafette. Steeds 1 plastic beker mee. Toren bouwen. Hoogste toren heeft gewonnen. Als omvallen helemaal opnieuw.
Variant 1: Met speelkaarten. Mogen niet gevouwen.
Variant 2: Velletjes A4, die gevouwen mogen worden.
Uitputtingsrace
Estafette waarbij naar een punt op 5 meter gerend moet worden, daar grond aantikken. Dan terug, en dan naar een punt 10 meter ver. Dan terug en vervolgens 15 meter. Dan de volgende van de ploeg.
Verplaatsestafette
Estafette waarbij het te verplaatsen voorwerp meegenomen wordt. Bijv. Groepje lopend op 2 planken over 'moeras'.
Zeilestafette
In het midden van het speelveld hang een zwart zeil waar je niet overheen kan kijken. 2 personen staan aan de ene kant en 2 personen staan aan de andere kant. de beginnende 2 staan bij de startlijn. Daar staat een mand gevuld met ballen (of waterzakjes/ ballonnen). Zij pakken ieder een bal en lopen naar het zeil, gooien de bal er over heen, de anderen vangen de bal ( alleen de gevangen ballen tellen ) en lopen naar hun lijn, gooien daar de ballen in de lege mand die daar staat.
Wie het eerst alle ballen in de lege mand heeft, is de winnaar. Of je kan het op tijd doen en tellen wie de meeste ballen heeft.
(Met dank aan Bianca Van den Heuvel)