Bananenboom
De spelers staan in een kring, de armen ingehaakt. Een speler laat zich handen terwijl hij wordt ondersteund door zijn buren en zegt: "Ik ben aapje BERT, ik hang in de bananenboom en ik gooi een banaan naar aapje JEF." Jef gaat op zijn beurt hangen en gooit een banaan naar een ander.
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde)
Bekkentje Iedereen ligt neer in een kring met voor zijn gezicht een bekkentje met water. Iedereen behalve één persoon, ligt met zijn gezicht in het water. Die éne persoon roept een naam, hapt lucht en steekt zijn gezicht ook onder water. De persoon wiens naam geroepen werd, heft zijn gezicht uit het water, roept
Blaas uit die kaars
Eén persoon wordt geblinddoekt. In de kring wordt een brandende kaars doorgegeven. Degenen die de kaars doorgeeft zegt telkens: "Alstublieft". De ontvanger antwoordt vriendelijk met "dankuwel". De geblinddoekt speler moet proberen de kaars uit te blazen.
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde)
Felixen
Iemand roept "Felix" en een naam; de persoon met de genoemde naam loopt weg, de andere moeten trachten op deze persoon te gaan liggen. Vanaf dat het de persoon teveel wordt kan hij op zijn beurt "Felix" roepen en een naam, enzovoort.
Geheim agent
De groep wordt verdeeld in twee ploegen en zij plaatsen zich met de rug naar elkaar (min. 3m van elkaar). De spelleider neemt van elke groep één persoon en plaatst deze met de rug naar elkaar in het midden. De anderen mogen zich omdraaien. Door tekenen en schijnbewegingen te maken moeten ze hun de persoon uit hun groep duidelijk maken wie achter hem staat. Nadat één van de twee werd geraden, begint het spel opnieuw.
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde)
Handen voelen
De spelers worden verdeeld in twee gelijke groepen. Een groep vormt een cirkel, met de gezichten naar buiten en de ogen geblinddoekt. De andere spelers kiezen een partner en laten hun handen voelen. Na een tijdje laat men de handen los en de buitenste spelers geven hun handen willekeurig aan geblinddoekten. Wie voelt het eerst de handen van zijn/haar partner?
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde)
Ik ben
De veertieners staan in een grote cirkel. Om de beurt zegt men zijn naam. Tijdens de tweede beurt verzint ieder een beweging bij zijn naam. Daarna worden alle bewegingen eens heel groot gedaan. Vervolgens voeren we ze heel klein uit, tot we onze naam weglaten.
We spelen telefoontje door naar elkaar te telefoneren en elkaars bewegingen te gebruiken: Ik ben BERT [+beweging] en ik telefoneer naar THOMAS [+zijn beweging]. Nadien zonder praten. Kijken of dit lukt.
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde.)
Ik draai rond
Iedere deelnemer krijgt een blaadje met de naam op van een andere deelnemer. De bedoeling is dat je na het startsein drie keer rond de persoon loopt wiens naam op jouw blaadje staat. (het probleem ligt hem en het feit dat iedereen dit moet doen)
Ik speel met de voeten van
Alle spelers zitten op stoelen in een kring. In de kring staat een speler. Die zegt: “Ik speel met de voeten van ... ( hier noemt hij 3 namen van kinderen uit de leefgroep ). Deze personen moeten dan van plaats verwisselen. De speler in het midden moet trachten een van de vrijgekomen stoelen te bemachtigen. Wie overschiet begint opnieuw.
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde)
Ik zit in 't groen en ik hou van
Spelers zitten in cirkel op een stoel. Eén persoon staat in het midden. Er is één vrije stoel. De eerste speler links van de vrije stoel gaat op de stoel zitten en zegt: "Ik zit". Er is nu een andere stoel vrijgekomen. De speler links van deze stoel gaat erop zitten en zegt: "In't groen". Weer komt er een andere stoel vrij. De speler links ervan gaat erop zitten en zegt: "En ik hou van [naam]". De genoemde speler gaat op de vrijgekomen stoel zitten. Nu moet de speler in het midden proberen om te gaan zitten op de laatst vrijgekomen stoel vooraleer de eerste speler links erop gaat zitten en zegt: "Ik zit". Degene die niet kan gaan zitten komt in het midden.
(Met dank aan Geert Geentjes die me dit spel toestuurde)
Ja-nee spel
Maak 2 kanten, een ja en nee kant, en benoem een tikker, deze stelt een vraag waarbij ja of nee geantwoord kan worden, bijv. iets met uiterlijk. De deelnemers moeten naar de voor hen goede kant rennen zonder getikt te worden. Degene die als eerst getikt moet als volgende de tikker zijn.
(Met dank aan Lisa Le Duc)
Kietelmachine
Verdeel de ploeg in 2 rijen. Er is 1 persoon die aan het begin van de 2 rijen staat en de bedoeling is dat de anderen haar/hem kietelen. Ondertussen moet die persoon zijn naam roepen.en mag niet lopen ze moeten stappen en worden gekieteld en roepen hun naam tot het einde van de rij.
(Met dank aan Esmeralda Priëels die me dit spel toestuurde)
Kijk je goed
De spelers gaan per twee tegenover elkaar staan. Ze bekijken elkaar een tijdje. Dan draaien ze de rug naar elkaar toe. Een van beiden verandert iets aan zijn/haar uiterlijk. Wat is er veranderd?
Variatie: Idem werkwijze, maar nu stelt de spelleider een vraag: bv. Wat is de kleur van de trui van je partner. Regelmatig wordt er gewisseld van persoon.
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde)
Krantenknuppel
De leden zitten in een kring. Iemand staat in het midden van de cirkel met een opgerolde krant. Hij mag op iemand slaan zoveel hij wil, tot die de naam van iemand anders gezegd heeft. Dan moet de persoon in het midden die persoon gaan kloppen, tot die weer iemand anders zegt, enzovoort.
Moeder kloek
Alle spelers worden geblinddoekt. Eén van hen is moeder kloek en de kuikens moeten haar zoeken.
De spelers wandelen rond. Als ze elkaar tegen komen zeggen ze PIEP PIEP. Alleen moeder kloek mag niets zeggen. Als een kuiken haar gevonden heeft, blijft ze bij de moeder en mag ook niets meer zeggen.
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde)
Naam in bad
Ieder steekt om beurt zijn hoofd onder water en roept zijn naam tot de anderen hem door het water heen hebben verstaan. Dan scheur je een vis uit krantenpapier, schrijf je je naam erop en speld hem op de rug.
Naambal
Een speler staat in het midden van de cirkel met een bal. De middenspeler gooit de bal omhoog waarbij hij een naam noemt. Deze komt aangelopen en probeert de bal te vangen. Hij roept op zijn beurt een naam en gooit de bal omhoog.
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde)
Namen noemen
De spelers vormen zittend een kring. Eén speler staat in het midden, dus is er één stoel vrij. De speler die links naast de lege stoel zit, slaat met de hand op het zitvlak van de stoel en roept de naam van een andere speler. Deze speler loopt naar de lege stoel. De speler in het midden probeert op de vrij gekomen stoel te gaan zitten, vooraleer de speler die links van de stoel zit, erop heeft geslagen en een naam heeft geroepen. Lukt dat dan moet de speler die links van de stoel zit, in het midden gaan staan; anders loopt het spel gewoon voort.
Pangpang
De spelers staan in een cirkel. Eén persoon staat in het midden. Hij draait rond zijn as en schiet een persoon uit de cirkel dood door hem aan te wijzen en te zeggen: "Pang, Tom". Tom gaat dan neerzitten. De spelers rechts en links van Tom draaien zich één keer rond hun as en schieten elkaar dood. Degenen die eerst kan schieten wint. De gedode speler gaat dan neerzitten, de winnaar gaat in het midden staan en Tom mag terug rechtkomen. Zo spelen we tot er slechts twee personen overblijven. Op het einde zetten deze twee zich rug aan rug. Zoals bij een echt duel stappen ze weg van elkaar. Er mag geschoten worden als er verkeerd wordt geteld: bv. één, twee, drie, vier, zes. De beste cowboy is gekend.
(Met dank aan Geert Geentjens die me dit spel toestuurde)
Spinnenweb
We verdelen ons in twee of meerdere ploegjes van minimum zes personen. Elk ploegde vormt een kring, iemand zegt een naam en gooit de bol wol naar die persoon maar blijft zelf ook een stukje wol vasthouden. Zo gaat dit een vooropgestelde tijd verder tot men een spinnenweb bekomt. Er zijn nu zoveel spinnenwebben als er ploegjes zijn. De strandbal wordt nu met behulp van het spinnenweb van het éne naar het andere ploegje gesmeten, de bal mag de grond niet raken. Spinnenwebben met leemten (personen wiens naam weinig vernoemd werden) hebben hier natuurlijk een nadeel.
(Met dank aan Annelies De Haas die me dit spel toestuurde)
Stickerspel
Ik heb de kinderen op een stoel in een kring laten zitten. Iedereen noemde om de beurt zijn/haar naam, leeftijd en 1 hobby. Daarna stond midden in de kring een schoenendoos met stickers met de namen van de kinderen. Eén iemand begon met een sticker uit de doos te halen en moest de juiste persoon erbij zoeken. Die plakte het zelf op zijn/haar shirt. Daarna was de beurt aan diegene met de sticker. Enzovoort.
Telefoontje
Iedereen zit, hand in hand, in een kring, behalve 1, die in het midden staat. Iemand wordt aangeduid. Hij zal een telegram versturen. Hij zegt: "Ik stuur een telegram naar …", met iemands naam erbij. Hierna knijpt hij in een van de 2 handen die hij vasthoudt, waarna hij zegt: "… en hij is vertrokken". Het handenknijpen wordt nu doorgegeven: het is de telegram. Dus, als iemand naast jou in je hand knijpt, knijp jij in de andere hand die je vasthoudt. Als de telegram aangekomen is, zegt de persoon naar wie hij werd verzonden dat. De persoon in het midden moet proberen de telegram te onderscheppen, door te raden bij wie hij nu is. Hij mag slechts 3 keer raden. Variante: zet ergens halfweg enkele "telefooncentrales", die moeten rinkelen nadat ze de telegram doorgaven.